Joan Miró

Deze les over Joan Miro draait vooral om het kijken naar zijn kunst. Hier onder zal ik stap voor stap uitleggen wat je bij elke sheet van de powerpoint kan doen met de klas. In een les kan natuurlijk niet in een keer alles worden behandeld, dus weet ook dat dit maar een heel klein beetje een beeld geeft van alles wat deze man heeft gecreëerd in zijn leven.

De focus van deze les is kunstbeschouwing, oftewel het kijken naar kunst. Joan Miro heeft een bijzondere kijk op de wereld en daarom is zijn werk ook zo interessant om goed te bestuderen. Kies zelf welke doelen van de les geschikt zijn in jouw klas.

Kennis
De leerling weet dat Joan Miró een kunstenaar is en kan een aantal schilderijen van hem aanwijzen.
De leerling kan uitleggen wat het woord compositie betekent (aan de hand van een schilderij).
De leerling benoemt verschillende kleuren en vormen die hij/zij herkent in een schilderij van Joan Miró.
De leerling kan 2 stromingen in de kunst benoemen en uitleggen: realisme en surrealisme. 

Vaardigheid
De leerling oefent met het kijken naar kunst/zoeken naar herkenbare elementen.
De leerling kan een mening over een kunstwerk formuleren en bijvoorbeeld beredeneren waarom hij/zij dit werk wel of niet thuis zou willen ophangen.

Nodig

Deze les zal tussen de drie kwartier en een uur duren, het ligt eraan hoe lang je bij elk schilderij uitweid. 
– per leerling een blad waarop je het uiteindelijke werkje wil maken 
– per leerling kleurpotloden en/of stiften 
-(eventueel per leerling een zwarte stift om uiteindelijk de lijnen en contouren echt van het vel te laten springen)

Het verhaal

Op de eerste sheet staat het werk “Birth of the world” van Joan Miró gemaakt met olieverf op canvas. Als je Joan Miro zoekt op google (met constellations erbij) krijg je ontzettend veel verschillende werken die allemaal zo zijn opgebouwd. Sommigen vinden het warrig en druk, sommigen vinden prachtig, vrolijk en juist heel decoratief. Bij deze afbeelding kan je de leerlingen vertellen wat ze gaan leren en wat ze aan het einde van de les zullen gaan maken. Je kan ook al uitweiden over wat je ziet, wie het mooi vindt en waarom, hoe het gemaakt zal zijn etc.

Vervolgens op de volgende sheet staan twee stromingen, twee -isme’s. Het realisme en het surrealisme. Vertel dat heel vroeger de schilderkunst eigenlijk er was omdat mensen graag plaatjes van zichzelf, de familie en bijvoorbeeld hun hond wilde hebben. Hoe gaat dat nu? (Foto’s, selfies, etc.) Hoe échter het schilderij, hoe blijer de klant, zo was het een mooie herinnering. Sta wellicht stil bij dat zo’n schilderij eigenlijk alleen interessant was voor de mensen die erop stonden.
Toen men zichzelf anders kon gaan vastleggen, werd de esthetiek (mooiheid en speciaal zijn) belangrijker. Kunst in huis als decoratie/versiering/aankleding. Men ging proberen om dingen veel abstracter weer te geven, zodat je niet meer gelijk ziet wat het moet voorstellen.
Geleidelijk ontstond het surrealisme, letterlijk vertaald: boven-realisme. De makkelijkste uitleg is: droomwereld, er zijn allerlei herkenbare dingen maar je weet gewoon dat het niet real kan zijn.
Vertel dat we naar dé drie surrealistische kunstenaars gaan kijken die alle drie wereldberoemd zijn en dat we vervolgens met Joan Miro aan de slag gaan.

Sheet drie: Magritte. Je kunt de leerlingen laten benoemen waarom dit surrealisme is. Het zouden bij Magritte veelal echt beelden zijn die zo uit een droom zijn afgedrukt. Praat met de kinderen over het gevoel dat de schilderijen hen geeft, welke kleuren zorgen daar voor. Wat maakt dat het niet echt zou kunnen? Datgene wat het schilderij surrealistisch maakt is bij Magritte de compositie. Mensen bestaan, appels bestaan, maar hoe hij het heeft ‘neergezet’, dat bestaat niet.
Sheet vier: Dali. Salvador Dali maakt ongelofelijke kunstwerken. Rechts zie je een smeltende klok die over de hele wereld bekend is, samen met het zakhorloge vol mieren. Dali is een kunstenaar die veelal speelt met tijd en ruimte. Zijn werken hebben iets dramatisch en links door de wolken en de personen heel in de verte wordt het geheel iets heel grotesks. Kijk wederom naar het kleurgebruik, de compositie, de ‘echtheid’ wellicht in vergelijking met wat je net bij Magritte zag etc.

De vijfde sheet is het eerste van drie werken van Joan Miró die we gaan bekijken. Laat de leerlingen zoveel mogelijk dingen van het schilderij benoemen.

Opvallende dingen
– Boom met een oog én een oor
– De lucht is geel
– Vreemde verhoudingen: gigantische slak
– De kronkels, zou water kunnen zijn
– Eén dier met een opvalleng lange puntige hoed
– Geen mensen
– Een paard voert een veulen
– Veel strakke lijnen/scherpe punten

De zesde sheet is het werk Carnival. Beschouw dit werk en probeer het ook te vergelijken met het vorige werk. Probeer met je leerlingen ertoe te komen dat dit werk veel minder direct herkenbare dingen heeft. Ook lijkt de plaats in dit werk minder belangrijk. Het andere werk is duidelijk buiten met allerlei details zoals een boom, veld, lucht, horizon etc. Carnival heeft dat veel minder.

Opvallende dingen:
-De ‘persoon’ met het blauw-rode-ronde hoofd is een verdrietige harlekijn
-Hij heeft een gat in zijn buik/maag
-De driehoek die je uit het raam ziet, schijnt de Eiffeltoren te moeten voorstellen
-De compositie: de ‘dingen’ zijn evenrediger verdeeld over het werk
-De kubus heeft de stippen van een dobbelsteen
-De lijnen links lijken een trap te vormen
-Er zijn muzieknoten afgebeeld

Tot slot van Miró’s werk, sheet zeven, Ciphers and Constellations (cijfers en sterrenbeelden). Heb het wederom over de compositie. Maakt het nog uit bij dit schilderij en waarom? Weet iemand hoe ‘ie’ moet? Dit werk heeft geen duidelijke horizon of grond/muur/plafond.
Sheet acht toont hoe het werk eigenlijk hoort te hangen, dit zie je aan de handtekening van Miró.

Sheet negen, toont het werk in z’n geheel. Wat vinden leerlingen hiervan? Wat zien ze? Welke kleuren zijn er nog? Zijn er nog dingen herkenbaar? Wat is er dus gebeurd met het werk vanaf de eerste die je zag van Miró tot aan deze? Het enige wat in dit werk nog een beetje ‘te herkennen’ is, zijn de ogen, sterren en manen.

Je kan nog even langs alle surrealistische werken scrollen. Wat vinden jouw leerlingen de mooiste of juist minste, welke zouden ze thuis wel willen hangen? Juist in de gang of misschien op hun eigen kamer? Wat hebben ze geleerd over compositie?

De tiende en laatste sheet is de opdracht, maak zelf een compositie zoals deze constellation van Miró

De opdracht

-Je kan deze opdracht laten aansluiten bij wat er al speelt in de klas. Ik heb zelf met groep 3 en 4 een Herfst constellation gemaakt, in plaats van ogen maakten we herkenbare herfstdingen zoals een paddenstoel of blaadje.

1. Elk kind maakt op een papier met een grijspotlood lijnen. Kijk goed naar het werk van Miró, er zijn lijnen die zo lang zijn als het blad en er zijn hele korte lijntjes overal (veelal met een bolletje op beide eindes). De lijnen raken/kruisen soms. De kleine lijntjes raken/kruisen niets.

2. Als de lijnen naar wens zijn maak je kleine dingen aan de lijnen vast. Miró maakt veelal cirkels en driehoeken, maar de leerlingen mogen het zelf bepalen. 

3. Dan zijn er als het goed is nog een aantal plekken over waar ‘dingen’ gemaakt kunnen worden. Zoals in het werk van Miró de ogen, de grote langwerpige kat-achtige vlek en de grote ingekleurde sterren. Laat je leerlingen in hun werk ook dit maken. En zoals je ziet in Miró’s werk, het mag de lijnen best doorkruisen. De lijn geeft dan bij het inkleuren aan waar je moet stoppen.

4. Kleur de vormen en dingen, Miró doet dit vooral met rood en zwart, maar laat je leerlingen kiezen hoe zij het willen.

De kleurrijke Miró's gemaakt door groep 3, op het raam tentoongesteld voor ouders, kinderen, leerkrachten, etc.

Wil je iets vragen, of heb je een foto van zelfgemaakte Miró’s? Stuur gerust een e-mail naar jufkunst@hotmail.com.