Kleur en mengen

In deze les leer je leerlingen over kleur. Ze leren wat primaire kleuren zijn, hoe je secundaire kleuren kunt mengen en begrippen als pigment en transparantie. De groepen zijn een indicatie, de groep 5 en 6 les zou ook in groep 7 of 8 kunnen worden aangeboden, zeker als kinderen niet zo vaak schilderen in de klas.

In de powerpoints werk ik met zo min mogelijk met tekst, het is puur ter illustratie van mijn verhaal. Beide lessen eindigen in een verwerkingsopdracht, waarbij het oefenen en bezig zijn met de materialen belangrijker is dan het uiteindelijke werkje dat wordt gemaakt. Mijn ervaring is dat leerlingen het heel fijn vinden om vrij te kunnen oefenen, zonder druk dat het resultaat moet kunnen worden ingelijst.

De lessen

Wil je toch graag de powerpoint-versie van de les of wil je wat anders vragen? Stuur een e-mail naar: jufkunst@hotmail.com.

Groep 3 en 4

Kennis:
De leerling verwondert zich over alle kleuren om zich heen, er zijn er te veel om te tellen. 
De leerling weet dat verf is gemaakt van pigment.
De leerling kan het verschil tussen en kwast en een penseel benoemen.
De leerling weet dat kleuren namen hebben (bijv. geel, rood, blauw, groen, oranje, paars, bruin, wit, zwart, grijs, beige, turquoise).
De leerling kan de drie primaire kleuren opnoemen: rood, geel, blauw. 
De leerling weet dat je secundaire kleuren kunt mengen en dat er drie zijn: oranje, paars, groen.

Vaardigheid:
De leerling oefent met de techniek het mengen van verf.
De leerling oefent met de techniek schilderen en weet dat je moet kunnen zien waar de haartjes van het penseel zijn om de verf te kunnen ‘besturen’.

de verwerkingsopdracht: mengen en schilderen

Nodig

Deze les zal ongeveer een uur duren. 
-per leerling een schotel of palet met rode, gele en blauwe verf
-per leerling een penseel en een leeg ‘kleurwiel’ om te kunnen beschilderen
-potjes of bakjes met water om de penseel te wassen
-doekjes of oude kranten om de penseel te drogen
-plek om de natte werkjes neer te leggen als ze drogen

Het verhaal

De doelen staan niet op een sheet, je kunt deze wel eerst met je groep bespreken.

Bij de eerste sheet vraag je jouw leerlingen welke kleuren zij al kennen. Lievelingskleuren? Begin een gesprek over de kleuren door te vragen wat ze van kleuren vinden. Hoe zou de wereld er uitzien zonder kleur? Wie heeft er in huis een plek of een muur met een bijzondere kleur of wie zou dat wel graag willen?

De tweede sheet is bedoeld om alle kleuren te benoemen. De standaard kleurnamen die veelal bij de kleuters zijn geleerd. Bij de onderste vraag ‘welke kleuren missen nog?’ doel ik op wit, zwart en grijs. Altijd leuk om te zien welke leerling dat ineens doorheeft.

De derde sheet gaat over kleuren met speciale eigennamen. Ik heb de kleuren cyaan, indigo, magenta, turquoise en beige gekozen, maar je kunt zelf ook een kleur toevoegen of overslaan. Vraag eens wie al een van deze speciale kleuren goed kent. 

Bij de vierde sheet is het de bedoeling om die speciale kleuren eens goed te bekijken. Van cyaan en indigo staat er een voorbeeld. Google de kleur op afbeeldingen en dat geeft een goed algemeen beeld van een kleur. Je kunt de kleuren ook in wikipedia opzoeken als je op een van de kleuren dieper in wilt gaan. Magenta is bijvoorbeeld de bijzondere precieze mix van rood en blauw, mits je verf hebt met even sterke pigmenten en dat is op school meestal niet aanwezig. Interessant om te vertellen en een mooi bruggetje naar het volgende punt. 

Sheet vijf: Wie heeft er een idee hoe verf gemaakt wordt? Er staat een link naar een kort filmpje van schooltv.nl. Kijk het filmpje of vertel dat verf een soort lijm is met pigment. Pigment is de kleurstof in ontzettend fijne korreltjes, zo fijn dat je ze (gelukkig) niet ziet. 
Vertel ook over het verschil tussen een kwast en een penseel. Een kwast is grof en heeft hele sterke (kronkelige) haren. Hier kan je niet fijn mee werken. Penselen hebben zachte fijne haren, die ook weer heel kwetsbaar zijn. Penselen zijn om netjes te schilderen en kwasten om snel en veel te schilderen. De vorm maakt niet uit beide zijn er in veel vormen en maten, kijk maar op de afbeelding.

De laatste sheet met het kleurwiel. Vertel dat je primaire kleuren niet kunt mengen, deze kleuren moet je kopen. Primair is een moeilijk woord voor eerste, het zijn de eerste kleuren waar mee je alles kunt mengen. Secundair betekent tweede en de mengkleuren zitten precies tussen de kleuren waarvan ze gemaakt worden. Oranje zit dus tussen geel en rood. Laat deze sheet op het digibord als voorbeeld staan. 

De opdracht

! Doe het schilderen voor. 
Zorg echt voor penselen met fijne haren want met een (kleuter)kwast kan zelfs en professional moeilijk een rechte lijn maken.
– Maak de kleurwielen zelf op dikker papier. Papier uit de printer kan slecht tegen verf. Gebruik een hele dikke marker en trek twee cirkels om, dikke lijnen zijn ook fijner voor de leerlingen om binnen te blijven. (Dit kan groep 8 ook voor jouw klas doen)

1. Pak een beetje verf met je penseel en ga langs de lijn van het kleurwiel. Vertel dat je eerst langs de lijnen gaat en dan zorgeloos het vakje kunt vol schilderen. Bij elke lijn zorg je ervoor dat je de haren van je penseel kan zien, zo bepaal jij waar de verf komt en is het niet een grote gok. Is een kind bang om buiten te lijnen te gaan? Vertel eerst dichtbij maar niet tegen de lijn te schilderen, om vervolgens steeds wat dichterbij de lijn een lijn te maken. 

2. Eerst moeten de kinderen alleen de primaire kleuren in de vakjes schilderen. Benadruk dat er steeds een vakje leeg blijft. De leerlingen kunnen even lekker aan de slag. Benadruk dat je ze straks leert mengen.

3. Zodra de eerste leerling klaar is, leg je de les stil. Nu ga je het mengen uitleggen en voordoen. Vertel dat de verf nu in eilandjes op het bordje liggen en dat je voor je nieuwe kleur een nieuw eilandje gaat maken. Als je met geel mengt pak je eerst veel geel. Vertel dat geel een hele lichte kleur is vergeleken met blauw en rood. Maak een tweede eilandje van geel, was je penseel en pak wat van bijv blauw, je mengt dan groen. 

Groep 5 en 6

De doelen van de les van groep 3 en 4 plus:
Kennis
De leerling kan de functie van kleuren beschrijven.
De leerling kan uitleggen dat kleuren nooit alleen zijn.
De leerling kan koude en warme kleuren onderscheiden.
De leerling kan uitleggen dat mensen in de loop der jaren bepaalde gevoelens aan kleuren hebben gekoppeld.
De leerling kan uitleggen wat een kleurnuance is.

Vaardigheid
De leerling oefent met de techniek het mengen van verf en het maken van kleurnuances. 
De leerling oefent met de techniek schilderen en weet dat je moet kunnen zien waar de haartjes van het penseel zijn om de verf te kunnen ‘besturen’.

Nodig

Deze les zal ongeveer een uur duren. 
-per leerling een schotel of palet met rode, gele en blauwe verf
-papier geschikt om op te schilderen 2 per leerling
-witte en zwarte verf staat klaar in de klas
-per leerling een penseel en/of kwast
-potjes of bakjes met water om de penseel te wassen
-doekjes of oude kranten om de penseel te drogen
-plek om de natte werkjes neer te leggen als ze drogen
-print het bestand Pdf: Logo’s, kleur en gevoel. Er staan twee afbeeldingen op 1 A3, zorg voor 1 afbeelding per leerling of tweetal

Het verhaal

De doelen staan niet op een sheet, je kunt deze wel eerst met je groep bespreken. Als je dit niet doet, kan je het erover hebben wat ze denken te gaan leren.

Bij de eerste sheet kan je de leerlingen kleuren laten opnoemen en wellicht vragen naar hun lievelingskleur. 

Dan beginnen we met de functie van kleur. Je kan al verklappen dat er 4 zijn, met deftige namen. 
1: Camouflage, kleur wordt gebruikt zodat je niet precies ziet waar iets begint of start, het onderwerp gaat op in de omgeving. 
2: Esthetiek
, kleur voor het mooie, dingen schoonheid geven of  opvallend maken.
3: Identificatie,
kleur als herkenning. Je ziet het en weet gelijk wat het is.
4: Instructie,
kleur als uitleg. Over de hele wereld, ongeacht welke taal, voor een rood licht moet je stoppen. Handig en snel.

De vierde sheet bevat het kleurwiel. Vertel over de primaire kleuren (primair betekent eerste). Deze kleuren moet je kopen en kan je niet mengen. Daarna de secundaire kleuren (betekent tweede) deze maak je met de primaire kleuren. 

Dan sheet vijf: kleur en gevoel. Kleuren kunnen warm en koud zijn, warme kleuren bevatten geel (zonnig) en koude kleuren bevatten blauw. Probeer de kinderen te laten beredeneren waarom rood en de middelste groen eigenlijk niet meedoen.   

 -> Deel de afbeelding van Logo’s, kleur en gevoel uit. Laat kinderen zoeken naar hun lievelingskleur. Ga in gesprek over of ze het eens zijn met de gevoelens die bij elke kleur staan. Weten ze zelf een kleur van een logo van een bedrijf en klopt het met wat bij de kleur staat beschreven? 

Sheet zes: Nog even een herhaling over verf. Vertel dat verf een soort lijm is met pigment. Pigment is de kleurstof in ontzettend fijne korreltjes, zo fijn dat je ze (gelukkig) niet ziet. Vraag naar en vertel over het verschil tussen penselen en kwasten. De vorm maakt niet uit beide zijn er in veel vormen en maten, kijk maar op de afbeelding. Een kwast is grof en heeft hele sterke (kronkelige) haren. Hier kan je niet fijn mee werken. Penselen hebben zachte fijne haren, die ook weer heel kwetsbaar zijn. Penselen zijn om netjes te schilderen en kwasten om snel en veel te schilderen. 

De volgende sheet gaat over de dekking van verf. Sommige verf is transparant en andere is dekkend. Vertel over deze begrippen en dat de dekking vaak ook op tubes staat aangegeven. Een vol vierkantje betekent helemaal dekkend en een lege betekent zeer transparant.

Sheet acht t/m elf vormen het onderdeel ‘kleuren zijn nooit alleen’. Een tip om deze les in te korten is om dit onderdeel een andere keer te laten zien. Het is een heel leuk en geliefd onderdeel maar ook heel geschikt om een keer los te behandelen.

Sheet negen en tien horen bij elkaar. Op sheet negen lijken de bruine vlakjes heel verschillend te zijn, sheet tien toont dat dit niet het geval is. Praat over hoe dit zou kunnen komen.

! pas op met kinderen met epilepsie bij sheet 11 ! 
Sheet elf toont hoe kleuren samen kunnen ‘spelen’. Wil je hier meer over weten of vinden, google dan eens op optische illusie.

De laatste sheet is nummer twaalf en dit is ook de opdracht.  Bespreek het woord nuance met de leerlingen. In de zwarte hokjes van geel, via groen, naar blauw zie je dat elke centimeter weer een andere kleur is. De link onder de afbeelding is een youtube filmpje van een schilder, wat hij schildert is precies de opdracht. Start met kijken vanaf 2.08 minuten, of doe het zelf voor.

De opdracht

! Zorg dat de leerlingen zien wat ze moeten gaan doen. Doe het zelf voor of toon het youtube filmpje.

! Benadruk dat de schotels/paletten met de primaire kleuren netjes moeten blijven. Het bijzondere aan deze les is juist het mengen op papier (zie de foto van deze les hierboven).

Laat de leerlingen focussen op het geleidelijk laten verlopen van de kleuren, zo ontstaan de meeste kleurnuances.

1. Schilder de primaire kleuren naar elkaar toe. Deze kleuren mengen ze naar elkaar toe tot de secundaire kleur in het midden ontstaat. 

2. Als een leerling stap 1 af heeft mag deze leerling een kleur kiezen om een kleurnuancebalk te schilderen. Het kind krijgt wat wit en/of zwart om zijn of haar gekozen kleur naar toe te mengen. Zoals op de laatste sheet is afgebeeld in de stippen met blauw. 

3. Eventueel kunnen de leerlingen zelf een werkje schilderen. In principe kan elke leerling nu elke gewenste kleur zelf mengen. 

+ Een leuke uitdaging is om kinderen de drie primaire kleuren in een soort driehoek naar elkaar toe te mengen tot er bruin in het midden ontstaat. 

+ Als de kinderen bruin op hun schotel/palet mengen kan deze op het blad naar wit en/of zwart toe geschilderd worden. Zo kunnen ze oefenen met het mengen van verschillende soorten huidskleuren.